LogoBlanc-768x1158.png

onvoltooide Turandot 

Ter nagedachtenis van een onderbroken inspiratie – de onafgemaakte Turandot

Na de opeenvolgende successen van Fanciulla del West en il Trittico – een triptiek van drie opera’s in één bedrijf, i.e. Il Tabarro, Suor Angelica en Gianni Schicchi – in de Metropolitan Opera van New York in 1918 is Giacomo Puccini aan het hoogtepunt van zijn carrière.

Zijn opera’s zijn immense successen en worden wereldwijd in de grootste operahuizen opgevoerd. Van London tot Parijs, van Milaan tot Wenen en van New York tot Bueons Aires triomferen Manon Lescaut, la Bohème, Tosca en Madame Butterfly. De Maestro uit Lucca is de grootste levende vertegenwoordiger van de Italiaanse opera en een waardig opvolgen van Giuseppe Verdi.

Desalniettemin voelt hij een grote nood om nogmaals aan het werk te gaan en een nieuw libretto te vinden waar hij zijn muziek voor kan schrijven. De Eerste Wereldoorlog – die zowel de wereld als ’s werelds muziek voor eeuwig verander heeft – is net voorbij. Nieuwe talenten doen hun intrede: Richard Strauss, Schönberg, Debussy, Ravel, Stravinsky en Prokofiev, nieuwe orkestrale en muzikale beloftes aan de horizon van de nieuwe eeuw en Puccini weet dat hij zich moet heruitvinden en nieuwe muzikale kleuren en harmonieën moet ontwikkelen om zijn bestaande werk te overtreffen.

Puccini blijft daarom goed geïnformeerd over de nieuwste muzikale perspectieven die deze artiesten vertegenwoordigen en zoals zijn correspondentie goed illustreert twijfelt hij of hij op zijn leeftijd – hij is nu zestig – nog wel in staat is om zijn creatieve genie te ontplooien. Maar dit is precies wat hem uiteindelijk lukt in Turandot.

Na lang twijfelen en na vele afgekeurde libretto’s valt Puccini’s keuze uiteindelijk op een Chinees verhaal geschreven door Carlo Gozzi dat onlangs reeds door componist Ferruccio Busoni op muziek was gezet. Een enthousiaste Puccini ziet in dit verhaal de mogelijkheid om de “overwinning van de liefde” te exalteren en daarmede eindelijk een duet te kunnen schrijven dat de finale uit Wagner’s Tristan en Isolde overtreft.

Clausetti en Valcarenghi, die onlangs de directie van de uitgeverij Ricordi hadden overgenomen, sporen Puccini aan om zijn nieuwe opera te schrijven en huren hiervoor de librettisten Giusppe Adami en Renato Simoni in. 

De passie van Turandot muzikaal verheerlijken, dat is wat Puccini echt enthousiasmeert. Enkel helden en heldinnen van vlees en bloed, gesmeed door passie en tot slachtoffer geworden van een onverbiddelijk noodlot zijn voor hem van enig belang. Maar er hangt een zeker fatalisme en een neiging tot diepe twijfels over Puccini gedurende de hele periode dat hij aan de nieuwe opera werkt. En zonder de halsstarrige houding van de uitgeverij Ricordi die Puccini uiteindelijk verplicht om bij zijn keuze te blijven had Turandot waarschijnlijk nooit gecomponeerd geweest.  

De twee librettisten worden gevraagd om zo snel mogelijk verder te werken en dankzij hun rappe tempo zijn de eerste twee bedrijven van Turandot al na een relatief korte periode klaar. Vroeg in het jaar 1924 begint Puccini aan het derde en laatste bedrijf en bereikt het punt van de dood van Liu in de zomer van datzelfde jaar. Maar dan slaat het noodlot toe.

Sinds de herfst van 1923 lijdt Puccini aan periodieke en uiterst pijnlijke hoestbuien. Als zwaar roker – zoals de vele foto’s waarin hij nooit zonder een sigaret te zien is duidelijk illustreren – waren deze hoestbuien beslist geen toeval. Hij had reeds aan hoestbuien geleden in het verleden maar deze keer was het anders, leidende tot een persistent en steeds pijnlijker gevoel in zijn keel. Na vele dokters en specialisten te hebben geconsulteerd besluit hij een verblijf te organiseren in de thermale baden van Salsomaggiore bij Parma maar helaas, zonder resultaat.

Bezorgd door een brief van Puccini’s vrouw Elvira waarin ze berichtte over zijn verslechterende staat besluit Puccini’s goede vriend en dirigent bij de Scala Artuto Toscanini bij hem op bezoek te gaan in Viareggio onder het mom de vooruitgang van Turandot te bespreken.

Toscanini treft een verouderde en vermoeide Puccini aan, maar laat niets van zijn bezorgdheid blijken, en de twee vrienden zien elkaar een paar weken later aan het einde van september weer, deze keer samen met Adami en Simoni. Puccini speelt de eerste twee bedrijven van de opera op de piano zowel als het begin van het derde bedrijf dat nog afgemaakt moet worden.

Toscanini is zwaar onder de indruk van Puccini’s unieke en zeer innovatieve muziek. Maar hij is tevens bezorgd over de duidelijk verslechterende situatie van Puccini wiens haar grijs is geworden en die onophoudelijk hoest. Na de eerste repetities keert Puccini samen met zijn zoon terug naar Florence om nogmaals met zijn dokters te overleggen. Deze keer wordt er na een veel ingrijpender onderzoek een kwaadaardig gezwel ontdekt in zijn keel. De tumor is reeds zeer ver gevorderd en onmogelijk te opereren. Maar de dokters informeren Puccini precies en vertellen enkel zijn zoon Antonio hoe slecht het daadwerkelijk met hem gesteld is.

Er wordt dus besloten om zo snel mogelijk naar Brussel af te reizen waar Puccini een zes weken lange behandeling zal ondergaan te Elsene in de kliniek van Dr. Ledoux, wiens behandeling tot dan toe goede resultaten had opgeleverd.

Puccini schijft Adami: “Ik ga naar Brussel naar een vermaard instituut…” “zal deze behandeling me veroordelen?” “Zal ik de Turandot nog af krijgen?”

Begeleid door zijn zoon Antonio en Clausetti van de uitgeverij Ricordi vertrekt Puccini op 4 november en komt hij op 7 november in Brussel aan. Bij zich heeft hij een paar handgeschreven velletjes met daarop ideeën en annotaties voor zijn duet. Doodmoe en verzwakt wordt Puccini gedurende meerdere weken met radium behandeld. Gedurende de behandeling wordt hem toegestaan om één keer naar een uitvoering van Madame Butterfly te gaan, die op dat moment bij de Muntschouwburg werd opgevoerd.

Op de morgen van 24 November 1924 wordt Puccini gedurende drie uur lang geopereerd onder lokale verdoving (omwille van zijn suikerziekte was een totale verdoving uitgesloten) en worden er zeven radiumnaalden in de tumor gestoken. Tot drie dagen na de operatie blijft Dr. Ledoux optimistisch en geeft zowaar een positief persbericht af om de muziekwereld gerust te stellen. Maar Puccini lijdt verschrikkelijk.

Aan zijn ziekbed vinden we zijn zoon Antonio, zijn dochter Fosca, Clausetti en zijn levenslange vriendin Sybil Seligman. Zijn vrouw Elvira was zelf te zwak om de reis van Viareggio naar Brussel te maken.

Tijdens de namiddag van 28 november heeft Puccini een hartinfarct en sterft op de morgen van 29 november na het laatste sacrament van de pauselijke nuntius te hebben ontvangen. Naast zijn sterfbed liggen de kladvelletjes met daarop zijn annotaties voor het laatste duet van Turandot dat voor eeuwig onafgewerkt zal blijven

De aankondiging van Puccini’s dood stort de hele operawereld in diep verdriet. In Milaan wordt de voorziene opvoering van Boito’s Nerone afgezegd als teken van rouw.

Puccini’s begrafenis wordt in de Sint Mariakerk te Schaarbeek gevierd in aanwezigheid van de pauselijke nuntius. Zijn stoffelijk overschot wordt vervolgens naar Milaan getransporteerd waar een mis wordt opgedragen tot zijn nagedachtenis in aanwezigheid van de Duce, Benito Mussolini, die persoonlijk de grafrede uitspreekt, en Toscanini, die de dodenmars uit Puccini’s tweede opera Edgar dirigeert.

De echte hulde van het Italiaanse volk aan Puccini kwam pas twee jaar later, op 25 april 1926, toen de Turandot in de Scala van Milaan in première ging onder leiding van Toscanini. Mussolini bleef afwezig, verbolgen over het feit dat Toscanini categorisch had geweigerd om het fascistische hymne voorafgaand aan de opera te dirigeren. Toscanini stopte op het moment van de dood van Turandot en de interventie van Timur met dirigeren terwijl de opera intussen was afgemaakt door Franco Alfano. Hij keerde tot het publiek en legde zijn dirigentstokje neer let de volgende woorden:

“Hier stopt de opera want het is op dit punt dat de Maestro is overleden.”

Het was de laatste keer dat Toscanini de Turandot dirigeerde voor de rest van zijn leven.

Puccini rust nu in de familiekapel bij zijn villa in Torre del Lago, die sindsdien een museum is geworden.

Zo stierf te Brussel de laatste grote operacomponist van de twintigste eeuw wie met een zowel modern en intiem als dramatisch oeuvre de operakunst de twintigste eeuw in leidde.

De onafgemaakte Turandot werd hiermee het muzikaal en artistiek testament van een musicus die zijn volledige leven aan de theatrale muziek had gewijd.

Sinds meerdere decennia is er een vernieuwde belangstelling voor Puccini en zijn opera’s onder de vorm van nieuwe studies waarin het genie en de complexiteit van deze uiterst perfectionistische componist wordt onderlijnd. Puccini begreep als geen ander dat alles waaruit een opera bestaat toegespitst moet zijn op het losmaken van onmiddellijke emotie zodat het publiek geraakt kan worden door de muziek die het fatale lot van zijn onvergetelijke personages verhaalt.

                                                                                                                     A.M.S

Hulde brengen

Op 29 november 1924 stierf Giacomo Puccini in Brussel. Dit operagigant, de laatste grote operacomponist van de twintigste eeuw, wordt slechts door één straatnaam in de gemeente Anderlecht herdacht.

De vereniging Si canta Puccini zal daarom een comité opzetten om geld in te zamelen voor een herdenkingsbuste of gedenkplaat die zal worden onthuld tijdens de honderdste verjaardag van zijn sterven op 29 november 2024. Op deze manier hopen we Puccini een waardige herdenking te kunnen geven in het land waar hij gestorven is.

Sponsors, artiesten, fans en mecenassen, sluit u aan bij de vereniging “Si canta Puccini” en help ons om een mooie herdenking te organiseren opdat de hele stad Giacomo Puccini moge herdenken en herinneren.